...werkelijk vertrouwen.

Vertrouwen, wat is me dat een boeiend iets.
Vertrouwen in mensen die je kent, vertrouwen in mensen die je niet kent of de mensheid in zijn geheel, vertrouwen in de liefde, in het leven én het universum of het grote Al wat is.

Ik heb altijd gedacht en voor waar aangenomen de voorbije 20 jaar dat ik een grenzeloos groot vertrouwen heb in het universum en al wie of wat daarbij hoort.  Viel er bijvoorbeeld van de ene op de andere dag een job weg die ik met hart en ziel deed, dan vertrouwen ik dat er iets anders, zelfs iets beters, in de plaats zou komen. En dat gebeurde ook, altijd, als vanzelf naar mijn gevoel, want voortvloeiend uit dat grote vertrouwen dat ik had/heb.

Sinds kort weet ik dat mijn vertrouwen zo gigantisch, zo grenzeloos groot leek, omdat er altijd wel ergens een vangnet was. Zelfs al bevond dat vangnet zich soms enkele honderden meter onder mij, toen ik in vrije val leek te gaan in een groot zwart gat van niet-weten, van niet meer in het oude en nog niet in het nieuwe zijn.

In de nasleep van een opstelling op zondag 5 mei heb ik ‘mijn vertrouwen’ leren kennen op een wezenlijk andere manier, met elke vezel van mijn lijf, elke cel van de 40 à 50 biljoen cellen deel uit maken van ‘mij’.  Vanaf dat moment heb ik beseft dat er altijd wel veiligheden ingebouwd waren, dat ik ergens altijd nog onbewust bleef controleren en sturen… Dat er dus zoiets als voorwaardelijk vertrouwen bestaat, net zoals er voorwaardelijke liefde bestaat. En dat die voorwaarden op zich het tegenovergestelde ademen van wat vertrouwen eigenlijk is, net zoals het met liefde het geval is. Als liefde voorwaardelijk is, is het geen liefde. Als vertrouwen voorwaardelijk is, is het geen vertrouwen.  
Voorwaardelijk vertrouwen of vertrouwen met een vangnet is een soort rad wat we ons zelf voor de ogen draaien.  Het is een zelfgekozen waarheid die we liever geloven dan dat wat werkelijk waar is. Omdat het ons nog (even) uitstel geeft om de hand dieper in onze eigen boezem te steken, om nog even niet af te moeten dalen naar de kelders vol herinneringen, vol transgenerationele overtuigingen en trauma’s, vol onverwerkte ervaringen etc.

Vertrouwen betekent volgens het woordenboek ook moed…uhm, vertrouwen en moed, ze voelen verwant en toch niet helemaal hetzelfde. Het voelt ook een beetje aan als de kip en ei-kwestie.  Want vraagt het moed om te vertrouwen of geeft werkelijk vertrouwen ons de moed om door onze angsten en onzekerheden heen te groeien, om te springen in het onbekende zonder vangnet?
Vertrouwen betekent volgens het woordenboek ook geloof…wat ook wel boeiend is.  Want aan geloven hangt zo’n beetje een bijsmaak vast volgens heel wat mensen, dat het gaat over vertrouwen hebben in dingen die je niet ziet, alsof je de overtuiging hebt dat iets of alles altijd goed komt zonder dat er garanties daarvoor zijn.

Zonder garanties, zonder voorwaarden vertrouwen, echt diep vertrouwen, het voelt als mét alle angsten, twijfels, vragen, ambiguïteiten durven zakken in het eigen bekken, invoelen en indalen in de eigen wortels, in de aarde.Het voelt tegelijk als ver voorbij angst, voorbij de twijfel, voorbij de vragen, voorbij dualiteit en ambiguïteit, landen in een soort oer-weten, of de heldere herinnering van onze ware aard, onze ware natuur.


De weg van voorwaardelijk naar onvoorwaardelijk vertrouwen. Het vraagt dat we alle lagen die bovenop die ware aard, bovenop de essentie van ons wezen, zijn komen te liggen zien, erkennen en daarna kunnen afleggen.  Alsof we zware, oude, stoffige jassen uit trekken, laag na laag tot we vrij zijn. Vrij en vol vertrouwen.