uppgivenhetssyndrom

Ik las gisteren een artikel in een virtuele krant, over het uppgivenssyndrom. Misschien las jij het ook?

Het gaat om een mysterieuze aandoening die enkel Zweden lijkt te treffen.  Mensen, vooral kinderen en jongeren blijkbaar, die lijden aan het syndroom reageren op niets of niemand, bewegen niet, eten niet, praten niet, hebben hun ogen gesloten…en blijven in leven dankzij sondevoeding.  Ze lijken in coma, maar volgens artsen is er fysiek gezien niets mis met hen.

Het uppgivenssyndrom wordt ietwat ongelukkig naar mijn gevoel vertaald in het Engels als het Resignation Syndrom of het Berustingssyndroom in het Nederlands.  Terwijl uppgiven gaat over ‘opgeven’. 
Diegene die aan dit syndroom lijden geven ‘het’ op, het actief-leven.  Ze haken af.  Uit wanhoop.

Want dr. Hultcrantz ziet dat het syndroom alleen kinderen treft van asielzoekers.  Kinderen uit gezinnen die gevlucht zijn uit hun thuisland om elders een beter, een menswaardiger leven te krijgen.  Kinderen die zo overmatig met stress zijn geconfronteerd, die zo getraumatiseerd zijn door de situatie waarvoor ze gevlucht zijn én de manier waarop ze niet welkom blijken te zijn ergens anders in de wereld, dat hun lichaam en geest compleet blokkeert en uitvalt.  Kinderen die geen andere manier hebben blijkbaar om gehoord en gezien te worden dan op deze manier hun trauma te uiten.

Hoewel het intrigerend is te lezen dat een lichaam en brein in staat is zoiets verregaands als het uppgivensyndrom te creëren uit zelfbehoud, is het vooral schrijnend dat zoiets moet gebeuren.  Hoe kunnen we verwachten dat kinderen opgroeien tot goed geaarde, emotioneel stabiele en goed in hun vel zittende volwassenen als we hen eerst het recht op een veilig leven ontzeggen?  Zijn we dan niet allemaal, politici en regeringen op kop, verantwoordelijk voor het ontsporen van oa Syrische, Irakese, Afrikaanse en Russische kinderen?  Is het geen tijd om onze verantwoordelijkheid ten volle op te nemen én menselijk te handelen?  Om te helpen waar we kunnen?  Om te delen wat we hebben?  Om werkelijk te leren samen-leven?

Vanuit de opleidingen die ik deed en nog steeds doe rond stress en trauma, en de impact daarvan op psychisch en fysiek vlak, en bij uitbreiding dus ook op sociaal en economisch vlak, ben ik diep geraakt.  Mijn hart doet pijn als ik lees hoe zeer die kinderen hun lichaam het laat afweten, hoe ze alleen nog in een soort comateuze overlevingsmodus gaan omdat ze zelf opgegeven zijn door diegenen bij wie ze aankloppen voor hulp.

Wat doet het jou?  Wat kunnen we doen?  Wat kunnen we samen doen?  En waar kunnen we beginnen in ons eigen leven, onze eigen omgeving om te voorkomen dat kinderen zich gedeeltelijk of helemaal terugtrekken uit het leven?

 

Dia1.jpeg